Pilots en onderzoek


Terug naar
 Startpagina

    Moeder met wandelwagenIn 2004 en 2005 werd VoorZorg op twee plaatsen gestart door Evean Jeugdgezondheidszorg in Zaanstreek-Waterland en door het Consultatiebureau Ouder en Kind in Rotterdam. Na deze experimentele fase is VoorZorg op wat bredere schaal ingevoerd en vindt sinds 2007 een effectonderzoek plaats door middel van een gecontroleerde steekproef met een interventie- en een controlegroep. In beide groepen nemen ruim 200 gezinnen deel. Als dit Nederlandse onderzoek de effectiviteit van het programma bevestigt, kan invoering op landelijke schaal plaatsvinden.

    Ontwikkeling van VoorZorg pilots
    Evean Jeugdgezondheidszorg in de regio Zaanstreek-Waterland is als eerste in Nederland begonnen met de experimentele uitvoering van het VoorZorgprogramma. Verpleegkundige Elly Kunst startte op 1 december 2004 met de huisbezoeken bij aanstaande moeders, in goede samenwerking met het Geboortecentrum Waterland.
    Per juni 2005 startte verpleegkundige Christina Orstein in Rotterdam als VoorZorg-verpleegkundige.
    Deze fase van het project was erop gericht te onderzoeken of het Amerikaanse Nurse-Family Partnership programma ook toepasbaar is door Nederlandse verpleegkundigen in de jeugdgezondheidszorg. Onderzoekers van het Trimbos-instituut hebben de toepassing van dit eerste deel van VoorZorg geëvalueerd. Zij concludeerden onder meer dat de beoogde doelgroep goed wordt bereikt, dat de moeders veel steun hebben aan de relatie met de VoorZorgverpleegkundige, dat de verpleegkundigen goed in staat zijn het programma 'zoals bedoeld' uit te voeren, en dat de ontwikkelde materialen (handleidingen en voorlichtingsmaterialen) voldeden aan de behoeften van zowel de verpleegkundigen als de moeders. 

    Medio 2010 wordt VoorZorg uitgevoerd in de volgende locaties: Amsterdam, Breda, Coevorden/Emmen/Borger-Odoorn, 's-Hertogenbosch, Lelystad, Rotterdam, Rijswijk/Leidschendam/Voorburg (met stadsdelen van Den Haag: Ypenburg en Leidschenveen), Tilburg, Utrecht, Venlo, West-Veluwe, Zaanstreek-Waterland en Zwolle. .

    Informatie voor locaties waar VoorZorg nog niet wordt uitgevoerd
    Meer informatie over VoorZorg vindt u in een artikel in het tijdschrift voor jeugdgezondheidszorg van juni 2008. Dit artikel kunt u hier downloaden.

    Heeft uw JGZ-organisatie of gemeente interesse in deelname aan VoorZorg? Dan kunt u informatie opvragen bij het Nederlands Jeugdinstituut / NJi, via e-mail k.kooijman@nji.nl, of telefoon (030) 2306 567.

    Informatie voor locaties waar VoorZorg al wordt uitgevoerd: toeleiding naar VoorZorg
    Op locaties waar VoorZorg wordt uitgevoerd (zie hierboven) kan verwijzing/toeleiding van aanstaande moeders plaatsvinden naar de VoorZorgverpleegkundige. De procedure daarvoor is als volgt:

    • Van de VoorZorgverpleegkundige in uw regio heeft u wellicht al informatie ontvangen over de procedure en criteria voor toeleiding naar VoorZorg. Zo niet, dan kunt u informatie hierover opvragen bij de aan VoorZorg deelnemende Jeugdgezondheidszorg organisatie in uw regio. Voor contactgegevens van deze organisaties kunt u contact opnemen met het NJi, via email k.kooijman@nji.nl of telefoon (030) 2306 567. Ook kunt u de procedure en criteria voor toeleiding vinden in het document Procedure toeleiding naar VoorZorgprogramma’.
    • Als een aanstaande moeder belangstelling heeft voor VoorZorg, en zij voldoet aan de toeleidingscriteria, vraag dan of u haar contactgegevens mag doorgeven aan de VoorZorgverpleegkundige. De VoorZorgverpleegkundige houdt vervolgens een kennismakingsgesprek met de aanstaande moeder, informeert haar over de inhoud en werkwijze van het programma en gaat na of zij inderdaad in aanmerking komt voor VoorZorg.
    • Als zij niet in aanmerking komt voor VoorZorg, geeft de VoorZorgverpleegkundige dit aan u door, en kan nader overleg volgen over mogelijke alternatieven.
    • Als de aanstaande moeder wel in aanmerking komt voor VoorZorg, koppelt de VoorZorgverpleegkundige dit uiteraard ook aan u terug. Zij informeert de aanstaande moeder nogmaals over het programma en de voorwaarden voor deelname, en als de moeder daarmee instemt kan het programma starten.